vrijdag 20 november 2009

25 jaar Ivo Van Strijtem - Poëzie en muziek | UiT in Vlaanderen

25 jaar Ivo Van Strijtem - Poëzie en muziek UiT in Vlaanderen

vrijdag 13 november 2009

Bloesem

Het raam maakt een kruis
over de dag maar doet al jaren
geen oog dicht. Daarvoor
staat een boom in de weg
met aan zijn bos een meisje
pop in het wit.

Ik zou haar willen vragen
wanneer leef je weer waarom
hield je er niet meer van
adem te halen zo jong
en nooit meer een lied.

Een touw was geen grap
en over wind had zij nagedacht
ook luisterde zij naar haar voeten
om geen tuin te breken met een tak.

Dus was zij op een ochtend
stil geweest haar schoenen mooi
op aarde haar kleed op de rand
van sneeuw en om wat zij er in zag
gewacht op bloesems in licht.




Geert Jan Beeckman
winnend gedicht Mark Braet Poëzieprijs
ongepubliceerd

vrijdag 6 november 2009

Het einde van de vogels

Morgen zou hun reistijd
kunnen zijn. Zij vermoeden
nu iets van herfst, houden
avond bij een laatste gesprek.

Zingen ligt dood in hun stem.
Zij zitten samen op tijd om te weten
dat het in hen later is dan zomer.

Klaar om niets anders dan
de lucht te maken, zullen ze rijmen
op elkaar. Een vleugelslag
die in ons het nakijken zal slaan.




Geert Jan Beeckman
Uit: Diep in het seizoen,
Uitgeverij P. Leuven
Maart 2007

Ligea (naar een verhaal van Edgar Allen Poe)

Ochtend. Zicht dat zich
uitstelt tot aan de woudgrens.
Dit is het uur om haar
te vermoeden.

Wij beginnen haar vroeg.
Nat licht waarin zij niet
leeg raakt en doodgaan
haar tijd niet is.

Zij is afwezig hier.
Nevel is haar meesterwerk
en een leven om haar nooit te zien.

Wij zetten in op ooit.
Zij blijft het oude verhaal
waarin wij geloven.
Meer dan dat bestaat zij niet.



Geert Jan Beeckman
uit 'Diep in het seizoen'
Uitgeverij P, Leuven
Maart 2007

Go West

Een kort reisverslag van onze trip(from New- York to LA)

Vier weken dus door een immens land, het is me wat. Met een dikke 8500 km achter de wielen ook een zeer vermoeiende trip. Bij de thuiskomst was het jetlagmonstertje dan ook niet van de poes. Maar het is zeer de moeite geweest. In New-York gestart en dan vervolgens de weg op voor achtereenvolgens Pennsylvania, Ohio, Indiana, Illinios, Iowa, South-Dakota, Nebraska, Wyoming, Colorado, Utah, Arizona, Nevada, Californië. Om in de stad der engelen tot stilstand te komen. Van ver gekomen om er ver te gaan: het is ook mentaal niet te onderschatten, zo'n tripje.New-York is écht wel een stad die ons zeer bevallen is, fascinerend ook, je weet niet wat je ziet al ben ik snel aangepast aan mijn ogen. Yellow Cab city, wij verbleven er drie dagen, wat zeer te kort is, en men heeft dan ook maar de tijd om wat clichés te bezoeken. Maar goed, Central Park, Ground Zero, de wijken Manhattan, Brooklyn, Chinatown, Little Italy, een tocht langs Lady liberty en de skyline in baai van the Big Apple, ravijnen in de hoogte, je zintuigen hebben er veel te doen. Ook Jack Kerouac en de beatgeneration achterna in de buurt van kroegen als The Dead Poet en de Upper West side. Kortom, op drie dagen toch heel wat gezien daar. De basis is dan ook gelegd voor een citytrip in de toekomst.Vervolgens de baan op, Go West, zoals ze dat ginder vertalen. Richting Hudson Valley naar het plaatsje Bethel in de staat New-York, waar ooit op een weekend in augustus '69 500.000 mensen samenkwamen om het Woodstock Festival bij te wonen. Indrukwekkend die weide en met wat info van overjaarse hippies die het zelf allemaal meemaakten, een mooi nostalgisch moment.Nadien de midwest, farmerscounty als je wil: met Pennsylvania, Ohio, Indiana, Illinios, Iowa, Nebraska en Wyoming, waar Amerika een bevlagt land is. Land van The Great Plains ook, van een middag ergens in het nergens. De meeste huizen verbonden door de leegte. Een weg ja, maar waarheen, die richtingen dus. Prairies, 4000 km lang en weer weten wat échte stilte betekent, wij waren danig onder de indruk. Sommige mensen werpen over die streek op dat het allemaal wat eentonig is en inderdaad, bij avond heb je er enkel de sterren om het monotone van de uitgestrektheid te doorbreken. Maar laat dat nu net zijn waar ik van hou. Oké, de mensen zijn er overwegend conservatief en uitgesproken patriottisch, maar steeds vriendelijk en vol interesse voor onze trip. Al moeten we het een paar keer horen dat we volslagen gek moeten zijn om van New- York naar LA te rijden. En ergens hebben ze gelijk natuurlijk, maar, ze missen de point van onze bedoeling. Namelijk dat we reizen om in een plaats of streek aan te komen die nooit op een kaart te vinden is. Want ware plaatsen staan nooit op een kaart. Ik schrijf in mijn dagboek: het is vandaag maandag 1 september, maar vooral hier. En nog: men wordt er wakker terwijl het stadje leeg is als een krachtig slaapmiddel tot de ochtend. Die sfeer dus. En dan weer de weg op, terwijl iets ons de zegen geeft om te gaan naar waar we willen.(ondertussen, het bezinnestation, het onvolprezen orakel van de verdwaalde autotoerist)Maar naarmate we vorderden was er nog iets anders aan de hand: Amerika is zeker in de Midwest een land dat moe wordt. Van een soort troosteloosheid, waarbij we de indruk kregen dat veel in dit land voorbij is. Amerika wordt op plaatsen oud en je stelt je regelmatig de vraag hoeveel verleden dat land nog aankan, want veel schijn wordt er hoog gehouden om toch maar proberen te voldoen aan de droom. Je zag er achter de deuren het onzichtbare om neer te schrijven: de ziel van het land zit hier diep en verscholen. Het beeld van een verdroomd Amerika dat in werkelijkheid averij heeft opgelopen, ofwel fictie bezeerde zich aan de feiten. In deze gebieden is er wel degelijk een halt gekomen aan het optimisme.De slagzinnen van de Amerikaanse maatschappij onketent wel nog energie en geloof maar de droom raakt er op. Een modelstaat verafelt, de kloof tussen arm en rijk wordt er steeds grotesker, het verleden hoopt zich op in de straten.Wij zien regelmatig het beeld van de kaars die aan twee kanten brandt. In kroegen zeven tv's om Amerika weer te geven zoals het moet, maar buiten ligt de waarheid op de stoep. Men stelt er regelmatig vast dat dit land te groot is om nog te zien wat er werkelijk mis mee is. Maar goed, wij vonden het een stukje écht Amerika dat we zeker moesten zien. En met veel mooie en onvergetelijke momenten die men eigenlijk niet met woorden kan vertellen. Het soort hersenneerslag waar het alfabet in tekort schiet. En dit terwijl we hopeloos de verbinding wilden met ons thuisland. Want het bleek dus al snel dat mijn laptop niet werkzaam was wegens een of andere duistere reden. Dus ja, het was dikwijls zoeken naar een public library om een mailtje te sturen. South- Dakota dan, waar de indianen ooit zeer thuis waren als het land van de Sioux. Een prachtige streek!! Veel historische plaatsen zoals Deadwood en dagreizen naar The Badlands en Black Hills. Ook nog; Mount Rushmore en Crazy Horse Memorial en bovenal hadden we er het genoegen om in het Custer Park wat bizons te spotten tot op een paar meter van onze auto. Niet gewoon!! Maar ook weer de vastelling, veel is er verdwenen en we wilden er als passanten de verbeelding van dat verleden betrappen. Over berg en dal en voor de eerst was het 's nachts wel redelijk koud. Een mens wordt er op zo'n reis dikwijls verwent door warme dagen maar soms wordt men wel opgeschrikt door het feit dat ook daar dan de herfst is begonnen. (ondertussen, op het kruispunt van de dag, slaan we een verdere wereld in, wij kopen er voedsel en drank, stappen weer in waar we ons op verlaten) Na een paar weken begint vermoeidheid de kop op te steken. Van land naar land, van motel naar motel, van dag naar nacht....Desperadoromantiek in navolging van Rimbaud en Morrison. Sal Paradise road, the road is life, dolende zielen, avonturiers die over lege wegen ijlen en hun onrust alleen met drank, drugs en de dood kunnen bezweren. Leven, waar kan je anders dan leven in je hoofd, was de vraag die mij dikwijls bezighield. Dichters van de eenzaamheid, zoekend met een verlangen naar een 'eiland van geluk.' Reizen is de vlucht vooruit tegen beter weten in, hopend op een nieuwe horizon, een nieuw en ander leven, op weg naar het eindeloze, de bekoring van het uiteindelijke niets. Ook nog: wie bezielde het ooit om het leven zo kort te maken voor eindeloze wegen en dagen. Wie?? Het gevoel ook dat men er iets overstak, (misschien een ver deel van ons leven) een tijdsverschil dat zeker, want plots was het een uur later of vroeger dan een seconde voordien. De tijdsverschillen van staat naar staat zijn er legio. De plaatsjes Oray, Silverton, Wall en Moab zullen ons altijd bijblijven als three man in the West.Wij genoten met volle blikken en weer waren wij degene op pad waarvan de Amerikanen dachten dat we from Russia of Denmark waren. Het moet zijn dat ons dialect verschrikkelijk wordt gevonden. En ja, dat leverde wel eens humor op van de bovenste plank in kroegen, in buurten van de plaatselijke gemeenschap. Maar altijd welkom en velen ook dromend van ons oude continent Europa. Want Amerikanen kunnen het zichzelf niet voorstellen dat ze voor 4 weken Europa zouden doortrekken zoals wij de States. Dat is voor hen ondenkbaar, want het hele systeem van werken en verlof is er anders en dan zwijg ik nog van de financiele ruimte die de gewone Amerikaan bezit. Twee fulltime jobs is er geen uitzondering voor vele mensen, je kunt denken. (ondertussen, in de zoveelste eettent: ooit vond hier een culinaire machtsgreep plaats van de wansmaak!!)Afzakken richting Colorado, Utah, Arizona, Nevada om uiteindelijk Pacific Ocean te bereiken in California. Onderweg namen we er enkele trefwoorden en plaatsen op: Plus tax, Roadhouse Blues, God is an Astronaut, Barrack Obama, Four corners, Whale Watching, Football, Hashbrowns, Harley davidson Bryce Canyon, Pancakes, Rednecks, Navajo, Frontiers, Tipp, Two eggs sunny up, Wounded Knee, Town 1880, Highway 1, Venice, The lizard King, You'er welcomme, Monterey, Monument Valley, Death Valley, Mojave Desert, Fields of the Nephilim, Rocky Mountains, Apache, Arches park, Ghost town en wat ik nog allemaal vergeet. Soms ja, de frustratie om alles te vatten, te benoemen ook wat niet echt te benoemen is, of kun je bijvoorbeeld tegen een berg zeggen dat hij over the top is? Albert Camus schreef dat sommige landschappen de ziel verdorren, dat je dan beseft dat natuur de mens niet nodig heeft, zelfs uitsluit. Ja, als je bv Monument Valley ziet, dan weet je plots waar hij het over heeft. Ook nog zoals andere plaatsen, the boredom of the big empty. The desert: je hebt eerst de aarde, dan de maan, dan de zon en dan heb je heel veel niets. Dat gevoel. Soms daverde er een trein door de vlakte, de filmvoorstelling van onze werkelijkheid binnen. Grandioos over kilometers wagons, de vallei die huilde naar de cadans van hun komst!! Dat je mond stopte en wat dan op de lippen bestorven lag....Want wat zeg je tegen iets dat met geen foto's te nemen is. Soms sliepen we er een gat in de lege dagen want recuperatie moest. Lagen we dan ergens tussen iets en niets, waren we niet ongelukkig omdat we van thuis al dagen geen flard gehoord hadden. Als reizigers van een leven op aarde, kwamen we aan, verlieten we weer. Dat lag wel eens diep in ons, in de lakens van motel kamer 7, in het gerucht naast ons, in de wolven die huilden in de woestijnnacht, in de homelessness die je dan helemaal opslorpt. Overdag maakte de zijspiegel verleden aan dat je kwam, dat de stoffige stad wachtte in de wind die klom en het weer donker werd om het zwart in te rijden, rakelings langs slaap en daar dan stond: Vacancy of No Vacancy.Ik zou nog eindeloos kunnen doorgaan want een maand is lang en veel om er iets van te zeggen. Maar laat ik het hier op houden. Een mooie, niet te onderschatten trip om mee te dragen van zoveel meer. Een reis ook, al lang voorzien in het lijf om deze dan eindelijk te doen en blij te zijn dat wij het deden.

De verte maakt nieuwsgierig naar de plek
niets is stiller dan uitzicht op niets
een groot land en geen levende ziel

soms vergissen wij ons van weg
en dat schrijven we dan op het is
een lange rit maar o zo kort
wij zijn maar een mens op aarde

en heeft die wel iets
om voor te reizen tot het stopt
een autowrak bronst in de zon
een gasstation is nooit een praalgraf

weer zal het hoogst per vergissing zijn
als we vandaag ergens aankomen.



Geert Jan Beeckman

Kunstgrepen

Dagelijks moeten we vaststellen dat onze taal tekort schiet om de dingen te benoemen. Men zegt een bed, een tuin, een huis, een straat, maar dat ligt allemaal binnen de grenzen van onze dagelijkse taal. Is die taal wel de ‘waarheid’ van de dingen? En is honger naar ‘waarheid’ niet groter dan de taalwaarmee we het moeten doen? Denkproces. Men kan zich afvragen wat deze dingen zijn buiten onze taal. En nog: wat met de dingen die er voor ons waren, voor de mens in het algemeen, zoals planten en dieren? ( een bedenking terzijde bij deze: voelden de dingen zich toen eenzamer dan nu, ik bedoel zonder enige naam?). Wat weet je eigenlijk als je weet hoe iets heet? Wat blijft er over naast de naam, als het vreemde, het onbekende dat zich niet laat vertalen, niet laat zeggen. En hoe ze zich buiten je denken verder afspelen. Dus niet hoe ze zijn maar dat ze zijn, en dat ze ons voor een stuk ontsnappen. Je vraagt je voortdurend af waar beginnen ze en vooral, waar eindigen ze. Ook nog: wat maakt iets tot wat het is en niet tot iets anders? Taal als datgene wat ons is van een pijnlijk tekort. Wat taal zegt is enkel een getuigenis van het zegbare. Is het daarom niet merkwaardig dat juist poëzie, dat nochtans van taal en woorden wordt gemaakt en bedreven, wél toegang verschaft tot het onzegbare, als datgene waarover je niet kunt spreken, maar wel kunt tonen en oproepen. Een woordkunst om ‘tonen’ gestalte te geven. Een woordgebruik niet om iets te zeggen maar om te tonen.Het gaat dus in poëzie, net als in andere kunsten, dus niet om menselijke betekenissen maar om de ‘on-menselijke’ wereld, die zich in woorden en beelden toont. Dat betekent dat je afstand neemt van de dagelijkse omgeving die binnen de taal van het ‘noemen’ vastzit. Dit alles komt voort uit het verlangen om te weten wat ‘iets’ is, misschien een verlangen naar echte waarheid, los van alle beschrijvingen, los van alle menselijke invullingen. Misschien op zoek naar het grotere dan dat wat menselijke waarheid is. Het onzichtbare wat denkbaar, maar niet zegbaar is. Een idee van een wereld, maar waar wij niet het vermogen toe hebben, er een voorbeeld van te geven.




GJB

Voorjaar

Mei maakt weer de benen bloot. Meisjes worden vrouwen, vrouwen worden weer meisjes. Alsof ze een nieuwe identiteit aantrekken, alsof de jurken op het blazoen van hun lijf heeft gewacht. Het geluk van veelbelovende dagen op een briesje van de zomer. Dus ook: de erotiek die ons tegemoet wappert, opwaarts en Latijns. En steden die vol raken met hoge hakken. Je kan het zelfs zien: ook in hun huishoudelijke manieren bewaren zij de macht van hun aantrekking. Natuurlijk ijdelheid, maar toch als ze ons gewoon tevoorschijn stappen: het oog dat overslaat op het hart en met heupen die ons de verbeelding in wiegen. Tussen schoenen en benen, tussennetkous en cupmaat. Ook nog: een streling langs onder voor hun lach.Op terrassen lezen ze in de luwte van de dag, maar zingen ze in onze hersenen als vertegenwoordigers van de zon. Denk je dan, wat moet dat worden als juli op de kalender klimt, als de temperaturen vol zullen stijgen langs de bilnaad van het kloppende bloed. Voorjaar, het zot van mannen. Geef ze wat nog even miniem verborgen wordt en ze raken al in het rood. Meer nog: zij draaien zich om terwijl zij mompelen, tegen hun eigen leeftijd aanlopen toch over borsten en rokken blijven gaan, als nooit genoeg schijnen te hebben aan het voyeuristische luisteren naar zichzelf. Voor de diepte van een blonde die naar de zomer buigt halen ze hun eerste en laatste ogen open, als passanten die zich vergapen aan wat de tijd te bieden heeft. Zelfs een rug met een jasje aan geven ze het voordeel van de twijfel, want er is altijd meer aan haar vooraan en hoe ze er écht niet kunnen aan doen meneer. Pak hun die ogen af en ze lopen niets nog achterna.




GJB